Goede voornemens: 2 weken later

appel schillen

Gezonder eten, meer bewegen of meer tijd met de kinderen doorbrengen. Wat is of was jouw goede voornemen? Veel Nederlanders hebben rond de jaarwisseling goede voornemens. Een groot deel van de Nederlanders is ze echter na twee weken alweer vergeten of begint er zelfs helemaal niet aan. Hoe kan dat en waarom zetten we deze goede voornemens niet door?

Gedragsverandering, hoe komt dat tot stand?

Laten we daarvoor kijken naar het ASE-gedragsveranderingsmodel (Ajzen, 1985). Volgens dit model zijn er drie factoren bepalend voor gedrag. De eerste factor is attitude, oftewel je houding tegenover het onderwerp. Die houding moet positief zijn wil je dit gedrag gaan vertonen. Dus het begint met een positieve houding ten opzichte van bewegen of gezond eten enzovoort. De tweede factor is de sociale effectiviteit. Werkt je omgeving stimulerend in het vertonen van het gedrag? De laatste factor is de eigen effectiviteit en zegt iets over in hoeverre jij jezelf in staat acht om dit gedrag te gaan vertonen. Deze drie factoren moet positief uitpakken wil het leiden tot een gedragsintentie.

Voorbeeld: Wil je je kind iedere dag een stuk fruit meegeven naar school? Zorg dan eerst dat jullie een positieve houding krijgen tegenover fruit. Zie het nut van fruit eten in en zorg dat je kind het graag eet. Maak het aantrekkelijk klaar of vertel er een mooi verhaal bij. De omgeving moet stimulerend werken. Eet dus zelf ook fruit en het mooiste zou zijn dat het bij vriendjes en vriendinnetjes en in de klas ook heel normaal is om fruit te eten. Als laatste de eigen effectiviteit. Denk je dat je het vol houdt om je kind iedere dag een stuk fruit mee te geven in plaats van iets ongezonds? Een pakje koekjes meegeven kost natuurlijk minder moeite dan een appel schillen en meegeven…

Dan heb je nog die drempel

Als deze drie factoren positief uitpakken leidt dit tot een gedragsintentie. De intentie betekent echter nog niet dat we het gedrag ook gaan vertonen. Je kunt namelijk te maken krijgen met verschillende barrières of drempels. Denk hierbij aan gebrek aan tijd of geld of aan het ontbreken van vaardigheden.

Kijk nu nog eens naar je eigen voornemen. Wat wilde jij veranderen vanaf 1 januari? Sta je hier positief tegenover, werkt je omgeving als stimulans en heb je er vertrouwen in dat je het kunt, maar vertoon je nog steeds niet het gewenste gedrag? Dan heb je dus alleen nog te maken met een barrière. Probeer die barrière weg te nemen en verwelkom je gedragsverandering.

Maar ik kan dit helemaal niet

Het kan ook zijn de je niet de vaardigheden hebt om dit gedrag te vertonen. Denk dan nog eens na of je voornemen wel haalbaar is. Het is heel normaal dat je als niet-sporter niet in één keer drie keer in de week tien kilometer kunt hardlopen. Kies een voornemen dat passend is of zorg dat je geleidelijk naar een einddoel toe werkt.

Voorbeelden van haalbare doelstellingen:

Ik wil meer bewegen……
…dus ik ga elke dag op mijn werk minstens een kwartier wandelen in mijn lunchpauze
…dus ik haal mijn kinderen 3 keer per week fietsend op van school
…dus ik meld me aan bij een sportvereniging en ga eerst 1 keer per week trainen
Ik wil gezonder eten……
….dus ik eet geen ongezonde tussendoortjes meer. In plaats daarvan eet ik fruit.
….dus ik doe iedere week boodschappen en doe dan heel bewust gezonde inkopen voor het hele gezin.

Begin met kleine stapjes en word zo steeds een beetje gezonder. Heb jij ook nog tips om je voornemens vol te houden? Deel ze met ons. Heel veel succes allemaal!

Delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.