Sport op Basisscholen Extra; het verhaal van vakleerkracht Annieck Bos

Met ‘Sport op Basisscholen Extra’ bieden we kinderen die motorisch achterlopen een speciale bijles gym aan. De basisbeweegvaardigheid wordt verbeterd door SOB Extra en daar hebben kinderen hun hele leven lang nog profijt van. Maar hoe ziet dit er in de praktijk uit?

Dit is het verhaal van Annieck Bos, vakleerkracht in de gemeente De Fryske Marren. Over het algemeen staat ze voor grote groepen om gym te geven, maar op de dinsdagochtend gaat ze vaak naar verschillende scholen om SOB Extra te geven.

‘De eerste les neem ik de screening af. Ik vind het belangrijk om de resultaten na de eerste en de laatste screening met de leerkrachten te bespreken. Zij kennen het kind beter dan ik en zo komen we vaak tot een goed besluit. Daarnaast moeten de ouders natuurlijk ook nog toestemming geven. Wanneer dit allemaal geregeld is, volgen enkele weken van oefenen, waarna er weer een screening volgt. Vaak heb ik 1 of 2 CIOS studenten mee die mij daar bij ondersteunen.

Annieck vindt het erg leuk én belangrijk om kinderen te helpen bij hun motorische ontwikkeling.

‘Vaak zijn er extra programma’s voor rekenen en lezen, maar is de hulp bij motorische vaardigheden nog een ondergeschoven kindje. Ik merk dat dit bij ons in de gemeente steeds belangrijker gevonden wordt, omdat ze ook zien wat het resultaat is na een reeks van 8 weken. Ik vind het belangrijk voor het kind dat het in deze levensfase extra hulp krijgt in zijn motorische ontwikkeling, omdat ik denk dat elk kind het fijn vindt om goed te bewegen. Wanneer je onhandig bent, val je vaak ook onhandig en wanneer je iets beter kan bewegen, kan je je val vaak beter opvangen. Wanneer je vrij en soepel kunt bewegen zit je vaak ook lekker in je vel!’

Wanneer Annieck op dinsdag bij de kleuters aanklopt, gaan de kinderen die SOB Extra volgen al enthousiast staan en gaan met veel plezier mee naar het speellokaal!

‘Andere kinderen zie en hoor je balen en vragen waarom zij nooit mee mogen. Wanneer er uit een klas maar 1 kind is die SOB Extra volgt, laat ik hem of haar vaak een vriendje/vriendinnetje mee nemen.’

Annieck merkt dat de kinderen vaak veel lol beleven aan een extra momentje in de week dat ze mogen bewegen. Klimmen, balanceren en oefeningen met oog-hand coördinatie vallen vaak in de smaak.

‘Daarnaast genieten ze van de vaardigheden die ze na een paar keer oefenen ineens wél kunnen. “Sa, dit ken ik wol fan sa tichtbij, ik gean even wat fjitterfutter!”, hoor je dan.’

Ook ziet Annieck dat ze in de reguliere gymles al veel meer zelfvertrouwen hebben, vooral als er activiteiten in voorkomen die zij met SOB Extra vaak geoefend hebben. De kinderen vinden het ook vaak jammer als SOB Extra stopt.

‘Na de reeks van 8 weken vinden ze het vaak jammer dat ze ‘moeten’ stoppen: “Juf, wol jammer dat we elkoar straks net mear sa faak sjuche he?”.

En vooruitgang? Die wordt zeker geboekt!

‘Ik vind het bijzonder om te zien hoe veel ze vooruit gegaan zijn. Je ziet zeker vooruitgang, maar soms na het screenen zie je pas écht hoe ze vooruit zijn gegaan.

Wanneer er kinderen zijn die bijvoorbeeld nog moeite hebben met oog-hand coördinatie, geeft Annieck ze een stuiterbal mee, zodat ze thuis nog een aantal weken kunnen oefenen.

‘Dankzij de aandacht die wij als team besteden aan SOB Extra, wordt MRT (Motorische Remedial Teaching) doorgezet binnen de gymlessen aan de kleuters. Daarnaast overleggen we veel met de leerkrachten, zodat ze kleine oefeningen ook tijdens het buitenspelen kunnen toepassen. Denk aan over de rand van de zandbak lopen, verschillende manieren van het zand afkloppen, of wanneer ze toch in de rij staan ze allemaal even op 1 been moeten gaan staan.’

Toch zijn er nog scholen die overtuigd moeten worden van het nut van SOB Extra..

‘Maar wanneer ze er eenmaal van geproefd hebben, willen ze het jaar erna vaak weer en zien ze de belangen er absoluut van in!’

Delen

Één reactie op “Sport op Basisscholen Extra; het verhaal van vakleerkracht Annieck Bos”

  1. Als moeder,maar vooral als Leerkracht Bewegingsonderwijs , ben ik helemaal voor dit concept van bewegen. Bewegen is de basis van elk kind en geeft zoveel zelfvertrouwen aan het kind, dat het veel vrijer in de wereld kan staan. Geen buitenbeentje maar zelfstandig functionerend.Het is , zoals prof. Gordijn al zei, Het uitpakken van een cadeautje. Je komt van alles tegen en je mag er op reageren op jouw manier. De docent stuurt en houdt het veilig, biedt situaties aan waaraan en waarop het kind bewegend kan reageren, het kind voelt zich veilig en probeert, soms voor het eerst , er op te reageren.
    Annieck heeft dit duidelijk en enthousiast weer gegeven en ik ben dan ook heel trots op haar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.